Deskundigenbijeenkomst ADHD bij volwassenen

Trimbos-instituut 10-9-99

Verslag van lneke Kok, 11-11-1999
 
Op 10 september jl. vond bij het Trimbos-instituut een besloten expert meeting plaats over ADHD (Attention Deficit/Hyperactivity Disorder) bij volwassenen. Deze bijeenkomst was een initiatief van het Trimbos-instituut en de ADHD-stichting, vertegenwoordigd door de heer D. Kobussen. De bijeenkomst stond onder leiding van mevrouw Prof. Dr. M. Donker.

Aanleiding voor de bijeenkomst

Lang is aangenomen dat ADHD een stoornis is die alleen voorkomt bij kinderen. (ADHD is een van de meest voorkomende psychiatrische stoornissen op de kinderleeftijd (prevalentie 3-5%).) Recent wordt echter meer en meer aannemelijk dat ADHD geen kwestie is van 'er overheen groeien'. Schattingen melden dat in de helft van de gevallen de stoornis persisteert in de volwassenheid. Bij veel volwassenen is ADHD een stoornis die moeilijk te herkennen is door het ontbreken van uitgekristalliseerde criteria enerzijds en door verwevenheid met andere stoornissen anderzijds. Al gedurende de jeugd komt er bij 40-60% van de kinderen met ADHD co-morbiditeit voor in de vorm van depressie, angststoornissen en antisociaal gedrag. Bij volwassenen kan er sprake zijn van een verwevenheid met antisociale persoonlijkheidsstoornis, borderline, overmatig alcohol- en druggebruik, depressie, angststoornis en bipolaire stoornis. In de afgelopen jaren is de indruk ontstaan dat ADHD bij volwassenen in Nederland sterk wordt ondergediagnosticeerd. Verhalen van wel gediagnosticeerde volwassenen getuigen van een lange (gemiddeld 12 jaar) behandelgeschiedenis voor de meest uiteenlopende kwalen, waarbij het uitblijvende resultaat en de diverse labels die de patiënten krijgen opgeplakt leiden tot beschadiging van hun zelfbeeld en zelfvertrouwen.

Doel van de bijeenkomst

Het doel van de bijeenkomst op 10 september was te komen tot een inventarisatie van wetenschappelijke kennishiaten en specifieke lacunes in de behandeling van ADHD bij volwassenen. De volgende vragen stonden derhalve centraal:
1. Wat zijn momenteel de belangrijkste problemen en lacunes in de (hulpverlenings-)praktijk en de wetenschap op het gebied van signalering, diagnostiek en behandeling van ADHD bij volwassenen?
2. Welke activiteiten kunnen ondernomen worden om tot oplossingen te komen?

Hieronder presenteren we de belangrijkste bevindingen.
 

Problemen en lacunes in de praktijk op het gebied van signalering en diagnostiek

Volwassenen, die vermoeden dat zij ADHD hebben, hebben behoefte aan het stellen van een diagnose. Het aantal verzoeken hiervoor overtreft op dit moment echter het aanbod, zo signaleert men. Er zijn te weinig deskundigen om de diagnose en op redelijke termijn en zorgvuldig te kunnen stellen. Ook het ontbreken van een valide en betrouwbaar diagnostisch instrumentarium ervaart men als probleem. Omdat er nog geen goede testen voorhanden zijn is het diagnosticeren van ADHD bij volwassenen nu vooral een kwestie van ervaringsdeskundigheid. Daarbij wordt wel al gebruik gemaakt van een speciaal ontwikkelde vragenlijst die doorgaans wordt afgenomen aan volwassenen zelf en ook aan hun partner of ouders. Overigens gaf men aan dat schoolrapporten uit de kinderjaren en bevindingen van eerdere hulpverleningscontacten, mede uit de kinderjaren, behulpzaam kunnen zijn bij het stellen van de diagnose. Het gebruik van bevindingen uit eerdere hulpverlening is echter vaak niet mogelijk omdat de dossiers al vernietigd zijn.
Het feit dat er te weinig deskundigen voorhanden zijn om de diagnose te kunnen stellen. leidt in de praktijk momenteel tot een aantal ongewenste situaties: bij sommige mensen wordt nu te snel de diagnose gesteld (niet zorgvuldig genoeg) men signaleert dat er soms alleen medicatie wordt voorgeschreven o.a. door huisartsen (klachten hierover komen o.a. binnen bij Balans). ook signaleren deskundigen dat mensen soms zelf Ritalin gaan gebruiken zonder dat bij hen de diagnose is gesteld (zelfmedicatie). Sommige volwassenen gebruiken zelfs de medicijnen van hun kinderen. De inadequate dosering leidt er in dergelijke gevallen toe dat deze personen veel zogeheten rebounds krijgen.

Oplossingen

Bovenstaande problemen bestaan ondanks de oprichting van het ADHD deskundigen netwerk -een initiatief van dr. Sandra Kooij- waarbij inmiddels 121 psychiaters/psychologen zijn aangesloten. Een van de eerste conclusies) op 10 september) luidde dan ook dat er en een groter netwerk van deskundigen nodig is en dat het accent vooral moet komen te liggen op de scholing en opleiding van deze netwerkpartners) van psychiaters in opleiding en van andere hulpverleners. Over de wijze waarop dat kan gebeuren zijn enkele suggesties gedaan.
- Geopperd is dat voor scholing en deskundigheidsbevordering een regionale opzet wellicht het beste is. Expliciet zou hierbij ook de sector kinder- en jeugdpsychiatrie betrokken moeten worden vanwege haar expertise op het gebied van ADHD bij kinderen.
- Daarnaast is gesuggereerd dat het ook belangrijk is om ADHD bij volwassenen te beschrijven in bijvoorbeeld het Handboek voor Psychopathologie. Daarbij zou expliciet aandacht moeten worden besteed aan het probleem van co-morbiditeit. Overigens wordt een meer expliciete vermelding van ADHD bij volwassenen in de DSM V reeds voorbereid.
- Ook moet er meer aandacht komen voor ADHD bij volwassen in de initiële opleidingen van psychiaters en psychologen. Hoewel er op termijn in de opleiding voor psychiaters een verplicht half jaar kinder- en jeugdpsychiatrie zal worden opgenomen) was men van mening dat het belangrijk is nu al een cursorisch aanbod te gaan doen. Het RINO NH zal dit najaar overigens al een training van drie avonden over ADHD bij volwassenen verzorgen.
- Ook is het belangrijk om huisartsen meer systematisch te (gaan)betrekken en te scholen rond het onderwerp in verband met hun signaleringsfunctie. In januari 2000 vindt er een landelijk symposium plaats en dat is in ieder geval een moment om ook huisartsen te gaan benaderen.
- Ook is de suggestie gedaan om een vooral wetenschappelijk gerichte website (met artikelen over wetenschappelijk onderzoek) op het terrein van ADHD bij volwassenen op Internet in te richten. Dit vooral in verband met kennisoverdracht en kennisverspreiding en ten behoeve van consensusvorming over 'wat is ADHD?' Wel zou er dan een kwaliteitstoets op artikelen plaats moeten vinden. In dit verband werd het idee naar voren gebracht om hiervoor bij de KNMG aan te sluiten.
- In algemene informatie over ADHD bij volwassenen wordt nu o.a. voorzien op de website van GGZ Delfland.

 

Problemen en lacunes in de behandelingspraktijk

In de eerste plaats is naar voren gebracht dat men eigenlijk in een paradoxale situatie moet opereren. Enerzijds moet de vraag 'wat is ADHD bij volwassenen precies?) nog worden beantwoord en anderzijds wordt er al behandeld. En wie behandeling zegt bij ADHD) zegt tegelijkertijd ook Ritalin. Er bestaat echter nog veelonduidelijkheid over de mogelijkheden van behandeling met en de precieze werking (en bijwerkingen) van het middel Ritalin bij volwassenen met ADHD en bij volwassenen met ADHD en een verslavingsprobleem.
- Een van de onduidelijkheden betreft het al dan niet verslavend zijn van het middel Ritalin. Het bleek dat daar in het algemeen weinig over te zeggen valt. Voor zover nu bekend, is er bij kinderen nooit een verslavend effect gevonden. Ritalin kan wel verslavend werken als het gesnoven of gespoten wordt. Ook kan Ritalin in combinatie met gebruik van cocaïne, zo leert de praktijk van de verslavingszorg, verkeerd werken.
- Ritalin heeft een kwalijke naam in de verslavingszorg, en mag in sommige klinieken niet gebruikt worden. Overigens, zo werd opgemerkt, is er op de zwarte markt voldoende bekend hoe Ritalin wel is te verkrijgen (met uiteraard kans op risico van verkeerd gebruik).
- In de praktijk is vooral het juiste gebruik van en het instellen op de juiste dosering van Ritalin een probleem. Bij drugsverslaafden is een probleem of zij Ritalin zullen innemen zoals voorgeschreven. Maar ook voor volwassenen met ADHD zonder verslavingsproblemen is het op het juiste tijdstip innemen vaak problematisch. Een manier voor deze laatste groep is het (verplicht) aanschaffen van een timer bij gebruik van Ritalin.
- Bij juist gebruik is de ervaring van een aantal behandelaars nu dat het bij 75% van de volwassenen een goed effect heeft (betreft groep zonder verslavingsproblematiek). Aan de andere kant lijken resultaten uit farmacologisch onderzoek er op te wijzen dat Ritalin niet altijd zoveel effect heeft op het aspect van impulsiviteit/inhibitiestoornis. De ervaringen in de praktijk laten verschillen hieromtrent zien. Enerzijds zijn er mensen bij wie wel afname is te zien van impulsiviteit (geen vreetbuien meer, geen ongecontroleerd geld uitgeven en agressieafname bij kinderen). Anderen geven aan hun best te moeten blijven doen om verleidingen te weerstaan: 'ik moet de gokhal mijden'.
- Ook ondervindt men in de praktijk soms moeilijkheden bij het voorgeschreven krijgen van Ritalin. Het middel valt onder de opiumwet en daar komt bij dat in de bijsluiter alleen iets staat beschreven over het indicatiegebied bij kinderen en niets over volwassenen. Daar maken apothekers soms een probleem van (ADHD bij volwassenen bestaat volgens hen niet).
- Huisartsen, zo is de indruk schrijven niet goed voor en weten onvoldoende.

Welke activiteiten zijn wenselijk en noodzakelijk?

- Ten aanzien van de vragen rond de werking (en bijwerkingen) van het middel Ritalin is er behoefte aan fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.
- Er is behoefte aan meer contact met farmacologen en men acht het wenselijk om Ritalin opgenomen te krijgen in het farmacotherapeutisch kompas waar het gaat om het indiceren voor volwassenen.
- Geopperd is om een protocol te maken over hoe Ritalin voor te schrijven en hoe juist te gebruiken.
- Op dit moment inventariseert Balans allerlei vragen over en reacties van gebruikers op Ritalin (bijvoorbeeld mag ik met Ritalin autorijden?). Ook dit kan belangrijk praktijkmateriaal zijn voor onderzoek.
- Huisartsen moeten beter geïnformeerd worden, vooral over Ritalin. Volgens de aanwezigen ervaren huisartsen het zelf ook als probleem (te weinig kennis van zaken). Het instellen van telefonische spreekuren(door psychiaters en psychologen die deel uitmaken van het ADHD netwerk) voor huisartsen kan een goed middel zijn. Hoe.wel het de vraag is of er al voldoende deskundigheid beschikbaar is.
- Ook de deskundigen binnen het ADHD netwerk zelf hebben behoefte aan goede informatie over Ritalin.

Behandeling en begeleiding

Als het over behandeling gaat, gaat het over meer dan Ritalin alleen, de ideale pil alleen zal nimmer voldoende zijn, zo werd gesteld. Het wordt van belang geacht nader onderzoek te doen naar geschikte behandelmodellen voor volwassenen.
- Onderzoek dat longitudinaal van opzet is en waarin wordt gekeken naar het effect van behandeling met Ritalin plus therapie, alleen therapie en alleen Ritalin zou zinvol zijn.
- Ook is nog aandacht gevraagd voor onderzoek naar de invloed van het sekseverschil op (de manifestatie van) ADHD, specifiek voor de interactie van ADHD op de hormoonhuishouding bij vrouwen.
- Ten slotte is in het kader van behandeling en begeleiding nog gesproken over de opzet van een netwerk van Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen. Het lijkt zinvol om een apart netwerk van SPV -en op te zetten. Het huidige netwerk van psychiaters is er vooral voor cliënten die een diagnose willen. Een netwerk van SPV -en kan zeer nuttig zijn bij de dagelijkse begeleiding van mensen met ADHD en bij het opzetten van coachingsprogramma's voor volwassenen. SPV -en beschikken over een aantal vaardigheden die ook bij deze groep zeer adequaat kunnen zijn. Andere beroepsgroepen die een functie kunnen hebben bij de begeleiding (coaching) van volwassenen met ADHD zijn gespecialiseerde gezinsverzorgenden, algemeen maatschappelijk werkenden en reclasseringsmedewerkers. Eventueel zou het SPV -netwerk met deze beroepsgroepen uitgebreid kunnen worden.

Conclusie en vervolgactiviteiten

Het doel van de deskundigen bijeenkomst op 10 september was te komen tot een eerste inventarisatie van wetenschappelijke kennishiaten en lacunes in de hulpverleningspraktijk. We kunnen constateren dat er vooral behoefte is geuit aan meer kennisverzameling en kennisverspreiding en -overdracht ( vooral deskundigheidsbevordering) op het terrein van ADHD bij volwassenen. Voor de wijze waarop een en ander vorm zou kunnen krijgen) zijn al diverse concrete suggesties gedaan. Niet alleen het opzetten van onderzoek) maar ook het tegelijkertijd al ontwikkelen van bijvoorbeeld behandelmodellen wordt van belang geacht. Op deze bijeenkomst is nog niet expliciet aan de orde geweest wie het initiatief voor welke activiteiten zou kunnen nemen. Ook vraagstukken rond i.c. mogelijkheden tot financiering van een en ander (waaronder onderzoeksactiviteiten) zijn nog nauwelijks besproken. Alle aanwezigen hebben dan ook de wens uitgesproken voor het houden van een tweede (besloten) vervolgbijeenkomst waarop aan deze en andere zaken meer aandacht kan worden besteed. Vooralsnog is deze bijeenkomst in het voorjaar van 2000 gepland.